Coalitieakkoord ‘Natuurlijk in Bunnik’: de reactie van het CDA

Tijdens de bijzondere raadsvergadering van dinsdag 24 mei j.l. is het nieuwe college geïnstalleerd. Dit was ook de eerste gelegenheid waarbij we als CDA fractie in het openbaar konden reageren op het coalitieprogramma ‘Natuurlijk in Bunnik’ wat P21 en D66 eerder deze maand presenteerden. Namens de CDA fractie sprak Annemarie Huijsman de volgende tekst:

Om te beginnen zijn we blij dat er vandaag een nieuw college kan worden geïnstalleerd. Dat college zal aan de slag moeten ter uitvoering van het coalitieprogramma ‘Natuurlijk in Bunnik’.

Eerst wil ik nog een enkele opmerking maken over de totstandkoming van dit coalitieprogramma. De informateur heeft destijds nadrukkelijk alle partijen in de raad in overweging gegeven om te onderzoeken of in Bunnik een raadsbreed programma mogelijk was. Hij zag daar voldoende kansen voor. Indien men dat niet wilde dan adviseerde hij om in ieder geval om naar een zo breed mogelijk gedragen coalitie te streven. Naar deze adviezen hebben P21 en D66 niet geluisterd. In plaats daarvan is er nu een zeer smalle coalitie met slechts één zetel meerderheid. Dat heeft niet alleen consequenties voor de raad, maar dat betekent ook dat bijna de helft van de kiezers van Bunnik zich niet in deze coalitie vertegenwoordigd zal voelen. Zij hebben immers voor volstrekt andere uitgangspunten gestemd.  Mijn vraag aan de coalitie is hoe zij daar mee om denken te gaan.

En dan de titel  van het coalitieakkoord: ‘Natuurlijk in Bunnik’. Die is voor velerlei uitleg vatbaar. ‘Natuurlijk’ betekent volgens Dikke van Daele ‘vanzelfsprekend’ of ‘eenvoudig, ongekunsteld’ of ‘op de natuur betrekking hebbend’. Wat is er vanzelfsprekend in Bunnik? Dat is mij niet duidelijk. Is Bunnik eenvoudig, ongekunsteld? Ook dat weet ik niet. Heeft het coalitieprogramma betrekking op de natuur in Bunnik? Nee, ook dat zeker niet, want deze coalitie wil 4300 woningen bouwen. Als je van plan bent op deze schaal te bouwen dan blijft er van de natuur zowel in de kernen als in het buitengebied bitter weinig over. Kortom de titel van het coalitieprogramma is mij niet duidelijk en dekt de lading niet.

Dan nu de inhoud van het coalitieprogramma zelf.

Laat ik nu eens positief beginnen. De coalitie wenst 30% sociale woningbouw. Hoewel dat inmiddels ook in een wettelijk kader wordt opgenomen is het goed dat dit uitgangspunt zo wordt benoemd. Ook het onderzoek naar het zonnelint en een plan van aanpak voor zon-op-dak vinden wij zeer positief. Dat geldt ook voor de verduurzaming van de woningvoorraad.

Voor het overige is de coalitie zo druk bezig geweest met stenen en groen dat er voor de gewone mens geen plek is in dit coalitieprogramma. Daarmee is het een zéér dun programma geworden. Geen woord over het Sociaal Domein, geen woord over de jeugdzorg, geen woord over de vluchtelingen, geen woord over het onderwijs, geen woord over Openbare Orde en Veiligheid enz. enz.

De coalitie zal nu zeggen: die onderwerpen kunnen toch in een raadsagenda. Zo staat het ook in het voorwoord van het coalitieprogramma. Een raadsagenda naast het coalitieprogramma. Dat klinkt een beetje als van twee walletjes willen eten. Maar je kunt niet blazen en het meel in de mond houden. Bovendien is het nog maar de vraag of er naast het coalitieprogramma nog een raadsagenda komt. Voor nu constateren wij dat u kennelijk de inwoners op de tweede  plaats stelt en niet belangrijk genoeg vindt om zelf rechtstreeks in het coalitieprogramma op te nemen. En dat vinden wij een groot gemis.

Ik zal nu nog per hoofdstuk ingaan op het coalitieprogramma:

1. Duurzaam Bunnik.

Locaties voor windmolens binnen de gemeente Bunnik gaan toch weer onderzocht worden. Maar met de gepresenteerde nieuwbouwplannen blijft er binnen de huidige normen bijzonder weinig gelegenheid om binnen de grenzen van de gemeente Bunnik windmolens te realiseren. Daarnaast heeft een meerderheid van de inwoners zich tijdens de afgelopen verkiezingen, en ook al via de petities vooraf aan de verkiezingen, uitgesproken tegen de realisatie van grote windmolens. Wij begrijpen uw streven naar een klimaatneutraal Bunnik, maar de wijze waarop roept bij ons vele vragen op. Op welke wijze wilt u deze zoektocht naar locaties gaan vormgeven? Het CDA heeft eerder aangegeven dat kleine windmolens, op boerenerven in het buitengebied te overwegen zijn, maar voor grootschalige windmolens zien wij in de gemeente Bunnik geen ruimte, met alle opgaven die we hier nog meer hebben.

Reductie van broeikasgassen van 40 kiloton in 2026 t.o.v. de 150 kiloton in 2022. Kunt u dit concreter maken, en meer belangrijk, hoe verwacht u dit te realiseren?

Het verduurzamen van de huidige woningvoorraad, waaronder ook het gemeentelijke en maatschappelijke vastgoed, is een voorstel waar wij ons goed in kunnen vinden.

2. Wonen en werken.

U wilt binnen de drie dorpen inbreiden met 1100 woningen: dat vereist duidelijk een bebouwing met meer stedelijke proporties. Dat is helaas niet het groene, dorpse en kleinschalige karakter zoals het CDA voor ogen heeft. Zeker wanneer er ook ruimte moet blijven voor de gewenste biodiverse en klimaatadaptieve groene speel-, beweeg- en ontmoetingsplekken zien wij dat de druk op de ruimte en de beide wensen lastig samen gaan. Überhaupt voorzien wij geen ruimte voor het realiseren van de genoemde 1100 woningen binnen de bestaande dorpen, zonder dat er veel groene ruimte opgeofferd moet worden. Het noodzakelijk uitplaatsen van bedrijven gaat alleen lukken wanneer hiervoor extra geld wordt gereserveerd. Het getal van 1100 woningen is door u ongetwijfeld beredeneerd. Zou u ons, per dorp, de locaties kunnen aangeven welke u hiervoor in gedachten heeft?

Het totale aantal woningen wat u tot aan 2040 wilt realiseren, 4300 extra woningen, betekent ongeveer 240 woningen per jaar bouwen. Afgelopen tien jaar lag het realisatietempo in de gemeente Bunnik op gemiddeld 60 woningen per jaar. Dit betekent dat het tempo vier keer zo hoog moet gaan worden. Dat in een tijd waarin grondstoffen en personeel nauwelijks beschikbaar zijn, prijzen de pan uit rijzen. Veel gemeenten kiezen er daarom voor om juist de bouwambities beredeneerd naar beneden bij te stellen. Waarom zou het in de gemeente Bunnik wèl lukken om deze enorme bouwopgave in de komende 18 jaar te realiseren, en daarbij ook nog eens voornamelijk betaalbare woningen in het lagere prijssegment te realiseren, terwijl we ons wel gaan committeren aan ‘extra convenanten’ die over het algemeen gepaard gaan met extra investeringen?

Voor het stationsgebied wilt u in uw plannen nu 1000 woningen gaan realiseren. Tijdens de raadsinformatieavond is echter al verteld dat bij het realiseren van 1000-1500 woningen dit project verliesgevend zal zijn. Daarnaast is tijdens deze avond ook aangegeven dat de GGD adviseert om binnen een afstand van 300 meter van de snelwegen géén woningen te realiseren, gezien de gezondheidsrisico’s die het wonen langs een snelweg met zich meebrengt. Het is dan ook nogal dubieus om enerzijds wel op deze locatie te willen bouwen en anderzijds trots te zeggen dat we aansluiten bij het Schone Luchtakkoord. Bent u van mening dat het realiseren van nieuwe woningen rondom het stationsgebied een gezonde en verantwoorde investering is, en zo ja, waarom? In uw plannen zien we hiervoor geen extra geld gereserveerd. Klopt dit?

Los van de vraag of het haalbaar is om deze aantallen woningen te realiseren, betekent bouwen van 4300 woningen vooral bouwen voor de regio. 4300 woningen is anderhalf keer het aantal woningen dat nu in de plaats Bunnik staat. Dat hebben we voor eigen behoefte helemaal niet nodig! Als u er bewust voor kiest om invulling te gaan geven aan een regionale opgave, dan vinden wij dat er concrete afspraken met de regio en provincie moeten worden gemaakt voordat Bunnik begint met de uitvoering.  Kunt u ons een beeld geven van de volgordelijkheid, zoals u deze hier ziet in de afspraken tussen de gemeente, regio en provincie en de daadwerkelijke uitvoering?

Voor een dergelijke regionale taak is  extra ambtelijke capaciteit nodig,  waarvoor u de kosten via de verhoging van de OZB op de inwoners van Bunnik wilt afwentelen. Het CDA wil niet dat de OZB wordt verhoogd om nieuw beleid te kunnen uitvoeren, zeker niet wanneer dit niet ten gunste komt van de inwoners van de gemeente Bunnik.

Met de verdeling van de woningen over de verschillende locaties, lijkt het eerder genoemde Bunnik-Zuid uit uw plannen verdwenen. Is dit een juiste aanname?

Dat u wilt investeren in de dorpen, met name ook in Werkhoven, moedigen wij zeer aan. Dit is een punt waar wij graag zien dat op korte termijn een start mee wordt gemaakt.

3. Mobiliteit en leefbaarheid.

In het coalitieakkoord wordt gesproken over het maken van concrete afspraken met de Provincie Utrecht om de omlegging van de N229 voor 2040 te realiseren. Over de barrièrewerking die de N229 op dit moment oplevert voor inwoners van Het Burgje en de te bouwen woningen voor 2040 in De Kersenweide, lezen we niets terug. Tijdens de verkiezingscampagne waren echter alle lijsttrekkers groot voorstander van het zo snel mogelijk realiseren van een veilige verbinding tussen ‘Odijk-West’ en het bestaande dorp Odijk.

Wij verbazen ons dan ook dat er wel geld wordt gereserveerd voor de aanleg van een fietspad van de Kersenweide naar Station Bunnik, maar dat de verbinding met het bestaande dorp Odijk nergens wordt genoemd, anders dan met de omlegging van N229. Wij vinden dat in afwachting van die omlegging z.s.m. een veilige verbinding moeten komen tussen Odijk-West en Odijk. Kinderen moeten nu al op een veilige manier naar school, sport e.d. kunnen. Wat mogen die inwoners de komende vier jaar van u verwachten, zolang de N229 nog niet is omgelegd?

Voor de periode 2022-2026 belooft u ons ‘concrete afspraken met de Provincie Utrecht om de omlegging van de N229 voor 2040 te realiseren’. Daar zijn we natuurlijk zeer benieuwd naar! Hoe staat de provincie daarin? Zijn er ‘concrete aanwijzingen’ dat dergelijke afspraken mogelijk zijn? Of wordt het weer een kwestie van ‘pappen en nathouden’ , zoals we in de afgelopen periode gezien hebben?

U wilt gaan lobbyen voor het verlagen van snelheden op rijkswegen, provinciale wegen en de snelheid binnen de bebouwde kom verlagen en aansluiten bij het Schone Luchtakkoord. Is het een bewuste keuze dat in het coalitieprogramma de WHO normen voor luchtkwaliteit en geluid niet worden genoemd?

Over de plannen voor het fietspad bij het Eikenpad/Gildenring lezen wij niets terug in het coalitieakkoord. Kunt u concreet aangeven wat u verwacht dat de ontwikkelingen hier de komende vier jaar zijn?

4. Natuur en recreatie.

Uw plannen voor natuur en recreatie klinken ambitieus. Zeker als u de ambitie heeft in hetzelfde gebied met de Kersenweide nog een enorme woningbouwopgave te realiseren. U wilt het landschap en het cultureel erfgoed beter toegankelijk en ‘beleefbaar’ maken en actief werken aan vergroening. Kunt u hier een voorbeeld geven en toelichten hoe we deze ontwikkeling moeten zien in samenspraak met de inbreiding in de dorpen?

Is er met het vergroten van de (recreatieve) natuuroppervlakte en de eerder genoemde bouwopgave nog wel ruimte voor boeren in de gemeente Bunnik?

5. Bestuur en regio.

Een open verhouding tussen college, gemeenteraad en samenleving: ja daar staan wij zeker achter, mits de kernwaarden van dualisme hierin ook geborgd zijn. Op het gebied van kaderstelling en controle moet de gemeenteraad scherp zijn richting college. Richting de samenleving moeten raad en college zichtbaar en bereikbaar zijn. Hierbij moeten we een zelfkritische houding aannemen, ook richting onze bestuurskracht.

Financiële vertaling

Een goede financiële onderbouwing van uw plannen ontbreekt. Met uw beperkte programma doet u een zeer groot beroep op de algemene reserve. U hoopt dat deze investeringen gedekt kunnen worden met de toekomstige inkomsten vanuit de woningbouw. Maar met de huidige omstandigheden in de bouw en de sombere prognose over het stationsgebied, zien wij dit somber in.

Temeer omdat er slechts 250.000 euro incidenteel is gereserveerd voor de overige taken binnen het sociale aspect. Dat is slechts 62.500 euro per jaar extra. Wij zijn bang dat u hier een ernstige misrekening maakt. Wij vragen ons dan ook af of een doorrekening van het coalitieakkoord is gemaakt, en zo ja, wat de uitkomsten daarvan zijn.

U begint en eindigt met een ‘betaalbaar Bunnik’. Maar wat heet betaalbaar? U kiest er voor de OZB met 5% te verhogen. Volgens uw eigen zeggen betekent deze verhoging van de OZB voor de meeste inwoners enkele tientallen euro’s aan hogere lasten per jaar. Dit is geen maatregel die bijdraagt aan een ‘betaalbaar Bunnik’ maar een stevige lastenverhoging. Uw beperkte programma, waar vooral de regio van profiteert, wordt uitgevoerd over de ruggen van de inwoners van de gemeente Bunnik. Behalve dat onze inwoners moeten gaan inleveren aan leefgenot, dienen zij dit programma ook nog eens te financieren. U vergeet de mensen. Juist de mensen die het minder hebben en die op dit moment in tijden van energiecrisis en hyperinflatie de hardste klappen krijgen.  

Als CDA vinden wij dit coalitieprogramma weinig sociaal en we hebben het idee dat u hier een hele groep mensen laat vallen.

We vinden het erg jammer dat de belangen van onze inwoners niet ‘natuurlijk’ en niet vanzelfsprekend blijken te zijn.

Reactie van de coalitiepartijen

In de tweede termijn kregen de fractievoorzitters van P21 en D66 de gelegenheid om te reageren op de inbreng van het CDA en de VVD in de eerste termijn. Helaas hebben we hierin geen duidelijke antwoorden op de vragen uit de eerste termijn gekregen. We hopen dat het college alsnog op korte termijn zorgt voor helderheid en de bovengestelde vragen kan beantwoorden.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.